In deze omvangrijke biografie verbindt Rémon van Gemeren het leven van Gerrit Rietveld met zijn ontwikkeling als meubelmaker, ontwerper en architect.
Achter iconen als de rood-blauwe stoel en het Rietveld Schröderhuis verschijnt een rusteloze vernieuwer die architectuur beschouwde als een middel tot beter wonen en leven, maar die lange tijd moest strijden voor erkenning.
Gerrit Rietveld (1888–1964) behoort tot de invloedrijkste Nederlandse architecten en ontwerpers van de twintigste eeuw. Zijn rood-blauwe stoel en het Rietveld Schröderhuis werden internationale iconen van het modernisme. Achter deze bekende ontwerpen ging echter een complexe en rusteloze persoonlijkheid schuil, gedreven door een voortdurend verlangen naar vernieuwing.
Rietveld begon als meubelmaker en ontwikkelde zich tot architect, ontwerper en prominent lid van De Stijl. Architectuur was voor hem meer dan een spel met vorm, kleur en ruimte. Hij zag ontwerpen als een maatschappelijke en morele opdracht: goede architectuur moest bijdragen aan een vrijer en vreugdevoller bestaan, waarin mensen zich konden ontplooien zonder anderen of de natuur onnodig te belasten.
De erkenning die Rietveld uiteindelijk ten deel viel, liet lang op zich wachten. Veel van zijn vooruitstrevende ideeën werden slechts gedeeltelijk of helemaal niet uitgevoerd en gedurende een groot deel van zijn loopbaan verdiende hij moeizaam zijn brood. Zijn professionele ontwikkeling was bovendien nauw verweven met zijn relaties en gezinsleven.
In het boek 'Rietveld. Werk en leven' brengt Rémon van Gemeren het architectonische en persoonlijke verhaal samen. De biografie biedt inzicht in Rietvelds denkwereld, idealen en ontwerppraktijk, maar ook in zijn twijfels, conflicten en roerige privéleven. Zo ontstaat een veelzijdig portret van een ontwerper die niet alleen nieuwe meubels en gebouwen wilde maken, maar streed voor een andere manier van wonen en leven.