'De architectuur van de ouderenhuisvesting' onderzoekt hoe wonen en zorg voor ouderen zich sinds 1945 in Nederland hebben ontwikkeld.
Thematische essays en circa vijftig uitvoerig gedocumenteerde projecten tonen de overgang van bejaardentehuis en verpleeghuis naar zelfstandiger, kleinschaliger en meer wijkgericht wonen.
Hoe veranderde de Nederlandse ouderenhuisvesting van het traditionele bejaardentehuis in een gevarieerd landschap van zelfstandige woningen, zorgcomplexen en wijkgerichte voorzieningen? In 'De architectuur van de ouderenhuisvesting' onderzoeken Noor Mens en Cor Wagenaar de ontwikkeling van wonen en zorg voor ouderen vanaf 1945.
Na de Tweede Wereldoorlog werd specifieke huisvesting voor ouderen een belangrijk onderdeel van de Nederlandse verzorgingsstaat. Bejaardentehuizen, verzorgingshuizen en verpleeghuizen kregen elk een eigen plaats binnen het zorgstelsel. De verschillende gebouwtypen weerspiegelden veranderende opvattingen over ouderdom, zelfstandigheid, gemeenschapsvorming en de integratie van zorg.
Vanaf de jaren zeventig groeide de kritiek op het institutionele karakter van de ouderenzorg. Bezuinigingen, nieuwe zorgmodellen en het streven naar langer zelfstandig wonen leidden uiteindelijk tot het scheiden van wonen en zorg. De wijk werd daarbij steeds belangrijker als samenhangend kader voor woningen, dienstverlening en zorgvoorzieningen.
Thematische essays plaatsen deze ontwikkelingen in hun maatschappelijke, beleidsmatige en architectonische context. Daarnaast worden circa vijftig Nederlandse projecten uitvoerig gepresenteerd met fotografie, tekeningen en achtergrondinformatie. Zo biedt het boek zowel een geschiedenis van 65 jaar ouderenhuisvesting als een breed overzicht van de naoorlogse Nederlandse woningbouw en zorgarchitectuur.