Extra informatie

Zicht op Ruimte. Handboek voor de toegankelijkheid en bruikbaarheid van de gebouwde omgeving | Berry den Brinker, Atja Apituley, Jeroen Smeets | 9789082150407

Dubbelklik op de afbeelding voor groot formaat

Uitzoomen
Inzoomen

Zicht op Ruimte

Handboek voor de toegankelijkheid en bruikbaarheid van de gebouwde omgeving

Auteur:Berry den Brinker, Atja Apituley, Jeroen Smeets

Uitgever:SILVUR

ISBN: 978-90-821504-0-7

  • Paperback
  • Nederlands
  • 168 pagina's
  • 1 jan. 2014

Zicht op Ruimte is een handboek over van de toegankelijkheid en bruikbaarheid van de gebouwde omgeving en biedt ontwerpers, opdrachtgevers, beheerders en gebruikers essentiële handvatten om te zorgen voor een veiliger gebouwde omgeving met meer comfort voor de bezoekers

Kort na de heropening van het Rijksmuseum besluit de directie de witte trappen in het Atrium grondig aan te passen. De aanleiding is de val van een bezoeker die daarbij een hoofdwond opliep. Zo maar een voorbeeld hoe mensen in een onoverzichtelijke situatie struikelen, ergens tegenop botsen of de weg kwijt raken. ‘Zicht op Ruimte’ is dé handleiding voor iedereen die zulke incidenten wil voorkomen. Dat zijn allereerst de eigenaars en de ontwerpers van gebouwen voor wie de veiligheid en het comfort van de bezoeker centraal staan. Even interessant is het boek voor de bezoekers zelf, gebruikersorganisaties en overheden. De schrijvers, winnaars van internationale prijzen voor veiligheid, ergonomie, ontwerpen en wayfinding, komen van de Vrije Universiteit en van het ontwerpbureau Mijksenaar.


‘Zicht op Ruimte’ is het allereerste handboek over wat mensen willen en kunnen zien en biedt een nieuwe methode hoe daarmee rekening gehouden kan worden in het ontwerpproces. Het boek rust op drie peilers. De eerste, het hoofdstuk ‘Zien en niet Zien’, gaat over de grenzen van de visuele waarneming. Waar komt de illusie vandaan dat je alles in één oogopslag scherp zou kunnen zien? Hoe helpt het zien bij het bewaren van het evenwicht? Hoe zien ouderen en mensen met een visuele beperking? De antwoorden op deze en andere vragen leiden tot universele principes voor het gebruik van licht, kleur, contrast en afmetingen in het ontwerp. De tweede peiler, het hoofdstuk, ‘Kritische situaties’, gaat over wat internationaal geaccepteerd wordt als de minimum standaard voor de visuele toegankelijkheid en bruikbaarheid van de gebouwde omgeving.


De derde peiler, het hoofdstuk over ‘Wayfinding’, is van het ontwerpbureau van de bewegwijzering op Schiphol en JFK in New York. Het beschrijft in detail het ontwerpproces van wayfinding in samenhang met het werk van architecten en grafisch ontwerpers. De achtergrondgedachte is steeds dat iedereen, ook de gestresste bezoeker en de bezoeker met minder zicht, op basis van visuele informatie zijn bestemming moet kunnen vinden in uitgestrekte gebouwencomplexen.

Zicht op Ruimte is een handboek over van de toegankelijkheid en bruikbaarheid van de gebouwde omgeving en biedt ontwerpers, opdrachtgevers, beheerders en gebruikers essentiële handvatten om te zorgen voor een veiliger gebouwde omgeving met meer comfort voor de bezoekers

Kort na de heropening van het Rijksmuseum besluit de directie de witte trappen in het Atrium grondig aan te passen. De aanleiding is de val van een bezoeker die daarbij een hoofdwond opliep. Zo maar een voorbeeld hoe mensen in een onoverzichtelijke situatie struikelen, ergens tegenop botsen of de weg kwijt raken. ‘Zicht op Ruimte’ is dé handleiding voor iedereen die zulke incidenten wil voorkomen. Dat zijn allereerst de eigenaars en de ontwerpers van gebouwen voor wie de veiligheid en het comfort van de bezoeker centraal staan. Even interessant is het boek voor de bezoekers zelf, gebruikersorganisaties en overheden. De schrijvers, winnaars van internationale prijzen voor veiligheid, ergonomie, ontwerpen en wayfinding, komen van de Vrije Universiteit en van het ontwerpbureau Mijksenaar.


‘Zicht op Ruimte’ is het allereerste handboek over wat mensen willen en kunnen zien en biedt een nieuwe methode hoe daarmee rekening gehouden kan worden in het ontwerpproces. Het boek rust op drie peilers. De eerste, het hoofdstuk ‘Zien en niet Zien’, gaat over de grenzen van de visuele waarneming. Waar komt de illusie vandaan dat je alles in één oogopslag scherp zou kunnen zien? Hoe helpt het zien bij het bewaren van het evenwicht? Hoe zien ouderen en mensen met een visuele beperking? De antwoorden op deze en andere vragen leiden tot universele principes voor het gebruik van licht, kleur, contrast en afmetingen in het ontwerp. De tweede peiler, het hoofdstuk, ‘Kritische situaties’, gaat over wat internationaal geaccepteerd wordt als de minimum standaard voor de visuele toegankelijkheid en bruikbaarheid van de gebouwde omgeving.


De derde peiler, het hoofdstuk over ‘Wayfinding’, is van het ontwerpbureau van de bewegwijzering op Schiphol en JFK in New York. Het beschrijft in detail het ontwerpproces van wayfinding in samenhang met het werk van architecten en grafisch ontwerpers. De achtergrondgedachte is steeds dat iedereen, ook de gestresste bezoeker en de bezoeker met minder zicht, op basis van visuele informatie zijn bestemming moet kunnen vinden in uitgestrekte gebouwencomplexen.


Met de groeiende participatie van ouderen aan het openbare leven neemt het belang van visueel veilig ontwerpen toe. In het nawoord filosoferen de auteurs over hoe deze ontwerpwijze een wending kan geven aan het denken over veiligheid en comfort in de gebouwde omgeving. Nu vinden er nog te veel onnodige ongevallen plaats en raken mensen te vaak de weg kwijt.

Recent bekeken