'Volume 69. Stress Management' onderzoekt hoe architectuur druk opvangt, verdeelt en zelf veroorzaakt.
Van draagconstructies en werkdruk in architectenbureaus tot grondstoffenwinning en uitgeputte landschappen: dit nummer verbindt technische, sociale en ecologische vormen van stress. Essays, interviews en visuele bijdragen verkennen hoe zorg, samenwerking en herstel ruimte kunnen bieden voor andere manieren van wonen en werken.
Architectuur moet krachten opvangen en ruimte scheppen voor het dagelijks leven. Tegelijkertijd veroorzaakt bouwen zelf druk: op grondstoffen en landschappen, op de mensen die gebouwen realiseren en op degenen die erin wonen en werken. 'Volume 69. Stress Management' onderzoekt hoe deze vormen van belasting met elkaar samenhangen.
De bijdragen bewegen tussen gebouwen, lichamen en ecosystemen. Steigerconstructies na aardbevingen houden gebouwen en steden in een langdurige tussentoestand; opvangplekken voor migranten bieden zorg, voedsel en rust. Andere artikelen behandelen werkdruk in de architectuurpraktijk, de inrichting van werkplekken en de ecologische gevolgen van lithiumwinning en datacenters. Daarbij komt steeds de vraag terug of stress werkelijk wordt verminderd, of vooral wordt verplaatst.
Naast deze kritische analyses onderzoekt het nummer hoe zorg, collectieve werkvormen en ecologisch herstel andere mogelijkheden openen. De inhoudsopgave bevat onder meer een open brief aan architectuurwerkers van Tio Gabunia, een gesprek over samenwerking met Rosi Braidotti, Ania Molenda en Francien van Westrenen, en bijdragen van The Architecture Lobby, Lara Almarcegui en Marina Otero Verzier.
Ook de vormgeving biedt momenten van ontspanning: met kleurmandala’s, een kruiswoordpuzzel en objecten voor stressmanagement wisselt het nummer inhoudelijke reflectie af met speelse onderbrekingen.