Een sociaalpolitieke en ruimtelijke geschiedenis van Amsterdam in de jaren 1970-1990, waarin Tim Verlaan en Petra Brouwer laten zien hoe het ideaal van de compacte stad vorm kreeg.
Centraal staat politicus en voormalig buurtactivist Michael van der Vlis en zijn inzet voor betaalbaar wonen, stadsvernieuwing, minder autoverkeer en meer zeggenschap voor bewoners.
Hoe vond Amsterdam zichzelf opnieuw uit in de jaren zeventig en tachtig? 'Amsterdam voor sjiek en sjofel' onderzoekt een periode van grote maatschappelijke en stedelijke veranderingen, waarin kritische inwoners en een jonge generatie politici de basis legden voor een gemengde, democratische en dichtbebouwde stad.
Centraal staat Michael van der Vlis (1944-2018), die als buurtactivist, gemeenteraadslid en later wethouder het ideaal van de compacte stad omarmde. Dat betekende onder meer kleine en betaalbare woningen, bouwen in de open gaten van de bestaande stad, het terugdringen van het autoverkeer, meer zeggenschap voor bewoners en ruimte voor de opkomende postindustriële economie.
Stadshistoricus Tim Verlaan en architectuurhistoricus Petra Brouwer plaatsen deze ontwikkelingen in de politieke, sociaaleconomische en stedenbouwkundige context van 1970-1990. Op basis van uitgebreid archief- en literatuuronderzoek laten zij zien hoe nieuwe ideeën over politiek, wonen en stedenbouw Amsterdam op koers zetten naar de eenentwintigste eeuw.
Daarmee biedt het boek niet alleen een geschiedenis van de Amsterdamse compacte stad, maar ook stedenbouwkundige en politieke lessen voor actuele vraagstukken rond betaalbaar wonen, verdichting, mobiliteit en zeggenschap over de stad.