Het boek 'Stad zonder hoogtevrees' brengt 125 jaar Rotterdamse hoogbouw in kaart, van het Witte Huis tot de Zalmhaventoren en verder.
Stedenbouwkundige Emiel Arends onderzoekt iconische projecten én de lessen die daaruit zijn te trekken voor een compacte, duurzame en leefbare stad, met aandacht voor straatniveau en menselijke maat.
Rotterdam bouwt al meer dan 125 jaar de hoogte in. Van het Witte Huis uit 1898 tot de huidige skyline met torens van meer dan 200 meter: hoogbouw heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling en identiteit van de stad.
In 'Stad zonder hoogtevrees' brengt stedenbouwkundige Emiel Arends de geschiedenis van de Rotterdamse hoogbouw in kaart. Toonaangevende, iconische en vernieuwende projecten uit vier verschillende perioden laten zien hoe ideeën over hoge gebouwen en hun plaats in de stad door de jaren heen zijn veranderd.
Maar het boek kijkt niet alleen omhoog. Juist de relatie tussen toren en stad staat centraal. Wat gebeurt er op straatniveau? Hoe kan hoogbouw bijdragen aan woonkwaliteit, duurzaamheid en de aanpak van de wooncrisis? En onder welke voorwaarden kan verdichting samengaan met een aantrekkelijke en leefbare stedelijke omgeving?
Aan de hand van de Rotterdamse ervaring onderzoekt Arends de mogelijkheden en beperkingen van hoogbouw en kijkt hij vooruit naar nieuwe hoogbouwtypologieën. Daarmee is het boek zowel een geschiedenis van de Rotterdamse skyline als een reflectie op de toekomst van de compacte Europese stad.