Een liefdevolle én kritische blik op Rotterdam als spiegel van de moderne samenleving.
In 'Rotterdam. Een ode aan inefficiëntie' onderzoekt Arjen van Veelen hoe de zoektocht naar efficiëntie onze steden en ons dagelijks leven verandert. Vanuit Rotterdam ontvouwt zich een meeslepende analyse van stedelijke ontwikkeling, ongelijkheid en de vraag wat een stad werkelijk leefbaar maakt.
Rotterdam staat wereldwijd bekend als een stad van vooruitgang, architectonische vernieuwing en daadkracht. Na het bombardement van 1940 werd de stad opgebouwd als een laboratorium voor moderniteit, waar efficiëntie, economische groei en ruimtelijke ontwikkeling vaak hand in hand gingen. In 'Rotterdam. Een ode aan inefficiëntie' onderzoekt schrijver en journalist Arjen van Veelen wat die voortdurende drang naar optimalisatie betekent voor de mensen die er wonen. Met scherpe observaties, persoonlijke ervaringen en een kritische blik laat hij zien hoe een stad niet alleen wordt gevormd door gebouwen en infrastructuur, maar vooral door de ruimte die zij biedt aan ontmoeting, diversiteit en het alledaagse leven.
Van Veelen gebruikt Rotterdam als uitgangspunt voor een bredere reflectie op actuele thema's als woningbouw, gentrificatie, economische ongelijkheid en de menselijke maat in de hedendaagse stad. Zijn essays laten zien dat een stad niet uitsluitend hoeft te worden beoordeeld op efficiëntie of economische prestaties, maar juist ook op de kwaliteit van het publieke domein en de vrijheid om ruimte te laten voor het onverwachte. Daarmee biedt het boek een toegankelijk en prikkelend perspectief op de vraag hoe steden zich ontwikkelen en welke waarden daarbij centraal zouden moeten staan.
Hoewel Rotterdam. Een ode aan inefficiëntie geen architectuurboek in traditionele zin is, sluit het naadloos aan bij actuele discussies over stedenbouw, stedelijke ontwikkeling en de toekomst van de leefomgeving. Voor architecten, stedenbouwkundigen, beleidsmakers en iedereen die geïnteresseerd is in Rotterdam vormt het een inspirerende aanvulling op de meer ontwerpgerichte literatuur. Het boek nodigt uit om opnieuw na te denken over wat een stad werkelijk leefbaar maakt en waarom juist de schijnbaar inefficiënte aspecten van het stadsleven vaak de grootste waarde vertegenwoordigen.