OASE 125 onderzoekt hergebruik als een architectonisch proces door de tijd.
Vanuit het concept ‘building-in-time’ laat het nummer zien hoe gebouwen zich ontwikkelen door opeenvolgende ingrepen, waarbij bestaande sporen, nieuwe toevoegingen en veranderende betekenissen samen een gelaagde architectuur vormen.
Een gebouw is zelden werkelijk af. Door gebruik, aanpassing, uitbreiding en herbestemming ontstaan in de loop van de tijd nieuwe architectonische lagen. 'OASE 125. Gelaagde architectuur' onderzoekt hergebruik daarom niet als een eenmalige ingreep, maar als een voortdurend proces waarin bestaande structuren en nieuwe interventies met elkaar in dialoog gaan.
Vertrekpunt is het invloedrijke concept ‘building-in-time’ van architectuurhistoricus Marvin Trachtenberg. Vanuit deze gedachte wordt architectuur niet alleen beschouwd als het resultaat van één ontwerper en één moment, maar als iets dat zich door opeenvolgende ingrepen blijft ontwikkelen.
Aan de hand van rijk geïllustreerde gebouwportretten onderzoekt OASE 125 hoe hedendaagse architecten omgaan met bestaande structuren, historische sporen en veranderende gebruikseisen. Projecten en perspectieven uit Europa, Azië en daarbuiten verbreden daarbij het debat over hergebruik en brengen ook niet-westerse en vernaculaire benaderingen in beeld.
Deze benadering van architectuur als een proces door de tijd stelt fundamentele vragen over auteurschap, esthetiek en ethiek. Hoe verhoudt een nieuwe interventie zich tot wat al aanwezig is? Welke lagen worden behouden, veranderd of toegevoegd? En hoe kan een ontwerp ruimte laten voor toekomstige transformaties?