'OASE 111. Museumscènes' onderzoekt hoe museumarchitectuur het bezoek ensceneert.
Historische en hedendaagse voorbeelden laten zien hoe entrees, circulatieruimtes, tentoonstellingszalen, depots en museumcafés de ontmoeting tussen bezoekers, objecten en verhalen vormgeven. Nederlands- en Engelstalig.
Musea brengen bezoekers, objecten en verhalen samen, maar geven ook richting aan de manier waarop die ontmoetingen plaatsvinden. 'OASE 111. Museumscènes' onderzoekt hoe architectuur het museumbezoek en de dagelijkse werking van het museum ensceneert.
Die regie beperkt zich niet tot de tentoonstellingszalen. Ook entrees, trappen, gangen, auditoria en museumcafés bepalen hoe bezoekers zich door het gebouw bewegen en hoe zij de overgang tussen stad en museum ervaren. In monumentale negentiende-eeuwse kunstmusea werd deze overgang vaak nadrukkelijk gedramatiseerd. Het naoorlogse ideaal van een toegankelijk en democratisch museum bracht juist gebouwen voort waarin pleinen, straten en transparante gevels de grens tussen museum en stad proberen te verzachten.
Tegelijkertijd verandert de scheiding tussen de publieke ruimtes van het museum en de wereld achter de schermen. Zichtdepots en transparante restauratieateliers maken functies toegankelijk die voorheen verborgen bleven. Hierdoor worden niet alleen kunstwerken, maar ook verzamelen, conserveren en onderzoeken onderdeel van de bezoekerservaring.
Aan de hand van historische en hedendaagse voorbeelden onderzoeken de bijdragen hoe permanente architectuur en tijdelijke scenografie op elkaar inwerken. Het nummer biedt daarmee een kritische beschouwing van museumarchitectuur als ruimtelijke regie én van het museum als publieke en stedelijke instelling.