'MONU 35. Unfinished Urbanism' onderzoekt de rol van onvoltooidheid binnen architectuur, stedenbouw en stedelijke ontwikkeling. Via essays, interviews en beeldbijdragen verkent dit themanummer hoe onafgemaakte ruimtes nieuwe mogelijkheden kunnen bieden voor aanpassing, participatie en stedelijke vernieuwing.
Kan een stad ooit werkelijk af zijn? In nummer 35 van het tijdschrift MONU staat het begrip ‘unfinishedness’ centraal als een fundamenteel kenmerk van hedendaagse stedelijke ontwikkeling. In plaats van onafgebouwde gebouwen, infrastructuren of stadsprojecten uitsluitend te beschouwen als mislukkingen, onderzoekt dit nummer hoe onvoltooidheid ook ruimte kan bieden voor verandering, experiment en nieuwe vormen van gebruik.
De bijdragen benaderen het onderwerp vanuit architectuur, stedenbouw, politiek, ecologie en sociale praktijk. Daarbij verschuift de aandacht van het gebouw naar de bredere stedelijke context: economische processen, maatschappelijke ontwikkelingen en veranderende ruimtelijke behoeften. Het nummer laat zien hoe onafgemaakte stedelijke situaties zowel kansen als problemen kunnen creëren, variërend van spontane toe-eigening tot leegstand, ongelijkheid en mislukte gebiedsontwikkeling.
Met bijdragen van onder anderen Mark Wigley, Arno Brandlhuber en Olaf Grawert onderzoekt MONU hoe open, aanpasbare vormen van stedenbouw kunnen bijdragen aan veerkrachtigere en inclusievere steden. De publicatie stelt daarbij fundamentele vragen over de relatie tussen planning, tijd en stedelijke transformatie.
Binnen de stedenbouw bestaat vaak de neiging om de stad te zien als een project dat ooit voltooid kan worden. MONU 35 zet juist vraagtekens bij dat uitgangspunt. De meest levendige steden zijn immers voortdurend in ontwikkeling: gebouwen veranderen van functie, buurten transformeren en gebruikers geven ruimtes steeds opnieuw betekenis.
Juist daarom sluit dit nummer opvallend goed aan bij actuele discussies over klimaatadaptatie, tijdelijke programmering, hergebruik en participatieve stadsontwikkeling. Het concept van ‘open urbanism’, dat in verschillende bijdragen wordt besproken, biedt een alternatief voor rigide masterplanning en benadrukt de waarde van flexibiliteit en verandering. Voor stedenbouwkundigen, architecten, onderzoekers en studenten vormt deze editie een scherpe reflectie op de vraag hoe steden zich in de toekomst kunnen blijven aanpassen aan maatschappelijke en ecologische veranderingen.