Deze monografie brengt het veelzijdige oeuvre van architect Jan Verhoeven (1926-1994) opnieuw onder de aandacht.
Woningen, woonbuurten, scholen en grotere complexen tonen zijn karakteristieke structuralistische architectuur en zijn zoektocht naar een balans tussen individuele ruimte en gemeenschap.
Architectuur tussen individu en gemeenschap
Jan Verhoeven (1926–1994) ontwikkelde vanaf de jaren zestig een eigenzinnige architectuur waarin de relatie tussen individu en gemeenschap centraal stond. Zijn omvangrijke oeuvre omvat particuliere woningen, woningbouw en stedenbouwkundige ensembles, scholen en grotere gebouwcomplexen.
Verhoevens werk wordt gerekend tot het Nederlandse structuralisme. Zijn gebouwen zijn vaak opgebouwd uit geschakelde en herhaalde ruimtelijke elementen, georganiseerd rond gemeenschappelijke ruimten, binnenhoven en pleinen. Complexe geometrieën gaan daarbij samen met traditionele materialen als baksteen, hout en dakpannen. Zo ontstond een herkenbare, ruimtelijk rijke architectuur waarin collectiviteit en individuele geborgenheid voortdurend met elkaar in verband worden gebracht.
Een veelzijdig structuralistisch oeuvre
De monografie volgt de ontwikkeling van Verhoevens werk, met bijzondere aandacht voor de productieve periode van het midden van de jaren zestig tot het begin van de jaren tachtig. Tot zijn karakteristieke projecten behoren woonhuizen en woonbuurten, basisscholen en grotere complexen zoals de Rijksbrandweeracademie in Schaarsbergen en het woningbouwcomplex Hofdijk/Heliport in Rotterdam.
Ook Verhoevens manier van werken komt aan bod. Samenwerking speelde daarin een belangrijke rol: met collega-architecten en toekomstige gebruikers, maar ook met zijn vrouw Eva Verhoeven, wier gevoel voor verhoudingen en vormgeving een belangrijke bijdrage leverde aan veel projecten.
Jan Verhoeven. 1926–1994. Exponent van het structuralisme plaatst zijn werk binnen de maatschappelijke en architectonische ontwikkelingen van zijn tijd en laat zien hoe Verhoeven vanuit het ideaal van een betere leefomgeving een geheel eigen bijdrage leverde aan het Nederlandse structuralisme