'De houten eeuw van Amsterdam' reconstrueert hoe Amsterdam tussen 1275 en 1578 uitgroeide van nederzetting tot dichtbebouwde stad.
Gabri van Tussenbroek combineert zeventig jaar bouwhistorisch onderzoek met archeologische en historische bronnen en laat zien hoe bouwen, wonen, waterbeheer en stedelijke ontwikkeling het huidige Amsterdam vormden.
Hoe ontstond het Amsterdam dat we vandaag kennen? In 'De houten eeuw van Amsterdam. Bouwen, werken en wonen in de middeleeuwse stad 1275-1578 reconstrueert bouwhistoricus Gabri van Tussenbroek de ruimtelijke en gebouwde ontwikkeling van de stad vóór de beroemde zeventiende-eeuwse expansie.
Vanaf de eerste schriftelijke vermelding in 1275 groeide Amsterdam in relatief korte tijd uit tot een dichtbebouwde handelsstad. Van Tussenbroek onderzoekt hoe huizen en andere gebouwen werden geconstrueerd, hoe de schaarse stedelijke ruimte werd gebruikt en hoe bewoners en stadsbestuur omgingen met water, straten, kades, bruggen, handel, brandgevaar en leefbaarheid. De grote stadsbrand van 1452 en de daaropvolgende wederopbouw vormen een belangrijk keerpunt in deze ontwikkeling.
Het boek combineert historisch en archeologisch onderzoek met ongeveer zeventig jaar bouwhistorische kennis die in Amsterdam is verzameld tijdens sloop, verbouwingen, restauraties en infrastructurele werkzaamheden. Zo worden verdwenen houten huizen en constructies verbonden met straten, perceelstructuren en andere sporen van de middeleeuwse stad die nog altijd in de huidige binnenstad herkenbaar zijn.
Met 608 rijk geïllustreerde pagina's biedt 'De houten eeuw van Amsterdam' een omvangrijke synthese van de kennis over bouwen, wonen en stedelijke ontwikkeling in Amsterdam tussen 1275 en 1578. Een standaardwerk over de grotendeels verdwenen stad die de basis legde voor het latere Amsterdam.