Het boek 'AUTONOOM. 100% Carel Weeber' is de meest uitgebreide publicatie over een van de invloedrijkste en meest controversiële architecten van Nederland.
Architectuurhistoricus Wouter Vanstiphout volgt Weebers leven en werk, van zijn jeugd op Curaçao tot zijn bepalende rol binnen de Nederlandse architectuur en stedenbouw. Rijk geïllustreerd en grondig gedocumenteerd biedt het boek een nieuwe blik op een architect die zich consequent verzette tegen heersende opvattingen en modes.
Carel Weeber en de Nederlandse architectuurcultuur
Gedurende meer dan vijftig jaar nam Carel Weeber een uitzonderlijke positie in binnen de Nederlandse architectuur. Zijn ontwerpen, publicaties en publieke optredens maakten hem tot een invloedrijke én omstreden figuur. Hij verzette zich tegen architectonische dogma's en ontwikkelde een onafhankelijke visie op wonen, stedenbouw en architectuur. 'AUTONOOM. 100% Carel Weeber' biedt een diepgaand overzicht van zijn leven, werk en ideeën.
Architectuur, stedenbouw en autonomie
Wouter Vanstiphout onderzoekt niet alleen de gebouwen en stedenbouwkundige projecten van Weeber, maar ook de intellectuele en culturele context waarin zij ontstonden. Van zijn jeugd op Curaçao tot zijn latere bestaan als zelfverklaard 'ex-architect' ontvouwt zich het verhaal van een ontwerper die bewust een onafhankelijke positie innam binnen het vakgebied. Daarmee biedt het boek ook een bredere reflectie op de ontwikkeling van de Nederlandse architectuur sinds de jaren zestig.
Er zijn weinig Nederlandse architecten die zoveel discussie hebben uitgelokt als Carel Weeber. Zijn werk werd bewonderd om zijn helderheid en onafhankelijkheid, maar riep tegelijkertijd weerstand op doordat het zich niet gemakkelijk liet inpassen in bestaande stromingen. Juist die autonome positie maakt zijn oeuvre vandaag nog steeds relevant. 'AUTONOOM. 100% Carel Weeber' laat zien dat achter de polemieken en controverses een consistente zoektocht schuilgaat naar de verhouding tussen architectuur, samenleving en individuele vrijheid. Vanstiphout plaatst Weeber overtuigend binnen de geschiedenis van de naoorlogse Nederlandse architectuur en biedt tegelijkertijd een nieuwe interpretatie van zijn betekenis voor het vak. Daarmee is deze publicatie niet alleen een monografie, maar ook een waardevolle bijdrage aan het debat over architectuur, stedenbouw en auteurschap in Nederland.