Extra informatie

Berlage en Nederlands-Indie. 'Een innerlijke drang naar het schoone land' | Herman van Bergeijk | 9789064507762

Dubbelklik op de afbeelding voor groot formaat

Uitzoomen
Inzoomen

€ 24,50

Direct uit voorraad leverbaar

Berlage en Nederlands-Indië

'Een innerlijke drang naar het schoone land'

Auteur:Herman van Bergeijk

Uitgever:010

ISBN: 978-90-6450-776-2

  • Hardcover
  • Nederlands
  • 112 pagina's
  • 1 okt. 2011

In 1923 maakte de architect H.P. Berlage (1856-1934) een reis naar het toenmalige Nederlands-Indië, waar hij eerder twee gebouwen had gerealiseerd. Financieel kon hij zich de reis veroorloven door lezingen te geven voor architectenclubs en kunstenaarsverenigingen. Ook zou Het Vaderland zijn reisbrieven publiceren. Kort voor zijn vertrek kreeg hij van de Nederlandse regering de opdracht een rapport op te stellen over de tempels van Prambanan. Berlages opvattingen over monumentenzorg worden in dit rapport duidelijk naar voren gebracht.

Nog tijdens de reis kreeg hij een tweede opdracht: het maken van een uitbreidingsplan voor Batavia. Naast het reisdagboek dat Berlage bijhield en dat in 1931 zou verschijnen, maakte hij talloze schetsen. Voor hem waren reis en schetsen gelijkwaardig aan zijn architectonische werk. Ze verstevigden bovendien zijn positie als vooraanstaand architect, in een periode dat de bouw door de slechte economie vrijwel tot stilstand was gekomen. Berlage besefte wel degelijk dat Oost en West steeds meer naar elkaar toe groeiden, maar hoopte tegelijk dat daarmee niet het waardevolle van de twee culturen overboord zou worden gegooid: een vroege vorm van kritisch regionalisme.

In 1923 maakte de architect H.P. Berlage (1856-1934) een reis naar het toenmalige Nederlands-Indië, waar hij eerder twee gebouwen had gerealiseerd. Financieel kon hij zich de reis veroorloven door lezingen te geven voor architectenclubs en kunstenaarsverenigingen. Ook zou Het Vaderland zijn reisbrieven publiceren. Kort voor zijn vertrek kreeg hij van de Nederlandse regering de opdracht een rapport op te stellen over de tempels van Prambanan. Berlages opvattingen over monumentenzorg worden in dit rapport duidelijk naar voren gebracht.

Nog tijdens de reis kreeg hij een tweede opdracht: het maken van een uitbreidingsplan voor Batavia. Naast het reisdagboek dat Berlage bijhield en dat in 1931 zou verschijnen, maakte hij talloze schetsen. Voor hem waren reis en schetsen gelijkwaardig aan zijn architectonische werk. Ze verstevigden bovendien zijn positie als vooraanstaand architect, in een periode dat de bouw door de slechte economie vrijwel tot stilstand was gekomen. Berlage besefte wel degelijk dat Oost en West steeds meer naar elkaar toe groeiden, maar hoopte tegelijk dat daarmee niet het waardevolle van de twee culturen overboord zou worden gegooid: een vroege vorm van kritisch regionalisme.

Recent bekeken